Klankvorming

Synergie

Eén van de principes die klankontwikkeling volgens Lichtenberg kenmerkt, is die van de synergie. Hiermee wordt bedoeld dat afzonderlijke delen spontaan meebewegen in richting van een gunstiger toestand, waarin het geheel vervolgens efficiënter functioneert. Synergie heeft betrekking op verschillende vakgebieden, zoals de chemie, psychologie, biologie en meer. Op de klank betrokken is dit principe gedetailleerd uitgewerkt en toegepast. Zo zijn diverse verschijnselen in de klank te herkennen (van relatief eenvoudig tot heel gedifferentieerd). De kwaliteit van de waarneming bepaalt hoe deze herkenning vorm krijgt in de les. Vindt dit – zelfregulerend en onafhankelijk van iemands ervaring – plaats, dan kan dit grote indruk maken, doen verwonderen.  Door het lichaam sensibel aan te spreken, krijgt de klank de kans zichzelf te organiseren. Als dit zonder ingrijpen wordt toegestaan, dan kan het strottenhoofd in zijn zelfordenende, onafhankelijke functie staan. Men leert iets nieuws over zichzelf.  Men zingt vanzelf.

Het lichaam en zijn ademventiel

De dubbelventielfunctie van het strottenhoofd is één van die verschijnselen die in de klank te herkennen zijn. Het betreft de onderlinge relatie tussen de valse en ware stemplooien, die samen een resonantie ruimte vormen, welke van betekenis is voor de stemgeving. De valse stemplooien, die het bovendrukventiel vormen, zijn verbonden met de uitademingsspieren. Ze hebben de neiging te sluiten bij krachten van het lichaam af zoals wegduwen of van zich af schuiven, maar ook bijvoorbeeld bij persen of hoesten. De ware stemlippen, die functioneren als onderdrukventiel, zijn verbonden aan de inademingsspieren. Ze hebben de neiging te sluiten bij krachten naar het lichaam toe, zoals hangen, trekken en omhelzen. In wezen hebben we te maken twee concurrerende functies. Een oplossing ligt in de vormende kracht van beide ventielen. Als deze, na tijdelijke instabiliteit uit eigen beweging tot stand komt, werkt de mediale compressie (de mate van druk waarmee de stembanden sluiten) in de echte stemlippen, optimaal, niet te sterk en niet te zwak. Deze optimale werking beïnvloedt de spanning in de spieren van het hele lichaam positief en werkt door in alle horizontale weefsellagen, met als bekendste het middenrif. De adem verloopt flexibel en met minimale inspanning. Door de gunstige mediale compressie werkt ook de musculus vocalis (de zangspier) vrijer. Hierdoor hebben het vibrato en hoge frequenties kans in de klank te verschijnen, die elk op hun manier de klank doen uitbreiden en het lichaam op indrukwekkende wijze verzachten en oprichten.

Eutonie en klank

De aandacht voor de sensoriek, die de inzichten uit Lichtenberg karakteriseert, heeft zijn fysieke basis in de Formatio Reticularis (FR), grondstructuur van het zenuwstelsel, gelegen in de hersenstam. Hier vindt integratie en coördinatie plaats van alle motorische bewegingen onder aansturing van het zogenaamde gamma zenuwstelsel, verantwoordelijk voor de fijnere regeling. Dit gamma zenuwstelsel is afhankelijk van de werking van de FR en het evenwichtsorgaan. Dit betekent dat wanneer er verstoringen zijn in de integratie van binnenkomende prikkels (in de FR), er automatisch ook storingen zijn in de motoriek. Andersom betekent het dat, doordat de stem op het oor en het evenwichtsorgaan inwerkt, er hiermee invloed is op de FR en de spanningsgraad van het (gamma) zenuwstelsel. De lichaamsspanning (hypertoon, hypotoon of eutoon) hangt zogezegd af van de kwaliteit van de ingegeven prikkel, in dit geval de stemklankkwaliteit. Als men beseft wat dit kan inhouden, is dit wellicht een nader bekijken waard.

Fascia

Een belangrijke vraag die men zich kan stellen als geïnteresseerde of als zanger is:  in hoeverre is mijn lichaam doorlaatbaar, ontvankelijk voor resonans ? In dit verband is de conditie van het bindweefsel, wat alle organen, botten en structuren bijeenhoudt en verbindt, van belang. Er zijn verschillende soorten fascia (bindweefsel), die een netwerk vormen in het lichaam, waarvan in de gangbare geneeskunde tot voor kort werd aangenomen dat het van weinig  betekenis was. Hier lijkt verandering in aan het ontstaan. Een voor de klank interessant gegeven is dat dit weefsel, wat een membraan is, een vlies, een binnenste huid vormt (van een enorme oppervlakte) waar de klank als het ware door kan reizen, resoneren, mits het heel en elastisch is. Dit weefsel is echter tevens een opslagplaats voor spanningen wat dus omgekeerd ook als een kettingreactie door het hele lichaam werkt. Het lijkt niet onzinnig hier later nog eens verder in te duiken en op terug te komen.

De spreekstem

Er wordt in de wereld doorgaans meer gesproken dan gezongen, hoewel beide functies toebehoren aan hetzelfde orgaan, het strottenhoofd. Het kan in dit verband interessant zijn de relatie spreekstem – zangstem nader onder de loep te nemen. Hoe ziet deze relatie eruit , wat valt te ontdekken ? Om te spreken en zingen met een vrij strottenhoofd komt men eerst datgene tegen waarin men niet vrij is. Onbewuste conditioneringen werken belemmerend en remmen groei, doen (verbaal, non-verbaal & alle soorten van) geweld en ellende voortbestaan. Wat kan ik wat dat betreft over mijzelf leren door mijzelf te ontmoeten in klank, zang en spreken ? Is een vraag die men zich kan stellen. Onbewuste emoties uit de kindertijd of eerder spelen tot in het heden een rol, totdat die bewust zijn. Dit betrek ik ook op mijzelf. Emotieregulatie vindt onder andere plaats onder invloed van de eerder genoemde FR. Deze FR kan zijn werk goed doen mits hij niet wordt tegengewerkt door overlevingsmechanismen, gesitueerd in structuren die allemaal worden aangestuurd door het zenuwstelsel. Is deze aansturing vrijwillig of staat het, sta ik, staat u onder dwang ? Het is mijns inziens van onderschat belang om – door de klank – licht te laten schijnen op donkere plekken. Dit voor mogelijk houden opent & ik nodig u ertoe uit dit verder te onderzoeken in een les.