Grondprincipes

Inleiding

Klankgeoriënteerd zingen benut de fysiologie van de mens, waarbij stemklank richting geeft. Zanger in dialoog met zichzelf. De natuur volgen leidt tot groei. Klank laten ontstaan kan zowel verrassend eenvoudig als complex zijn. En alles daar tussenin. Dit hangt af van wat er tijdens het zingen gebeurt.

Klankgeoriënteerd zingen komt uit het Lichtenberger® Institut, in 1982 opgericht door Gisela Rohmert en haar man, de ergonoom Professor Dr. Ing. Walter Rohmert. In dit Institut is onderzoek gedaan naar de processen bij zingen en het bespelen van instrumenten door middel van vele fysiologische meetmethoden en lichaamstechnieken. Het effect ervan op de stemklank werd in de praktijk, bij vele zangers, onderzocht. Het leidde tot grotere vrijheid & gemak in zingen en groter stembereik. Tevens ontstond een nieuwe benadering in stempedagogiek door een diepgaand begrip van de samenhang tussen de zintuigen en menselijk stemgeluid.

Grondtoon, vocaal, vibrato en brilliance

Gisela Rohmert heeft in haar boek ‘Der Sänger auf dem Weg zum Klang’ (1991) de dieptestructuur van de menselijke stemklank beschreven aan de hand van de vier parameters: grondtoon, vocaal, vibrato en zangers-formanten. Elk van deze gevoelige parameters is op zijn eigen specifieke manier verbonden met het lichaam, de hersenen en de psyche van de zanger. Ook in recentere beschrijvingen worden deze parameters belicht. Toonhoogte en klinkers worden doorgaans gezien als de belangrijkste variabelen van de stem. Ze staan op papier als noten en letters. Andere geluidsparameters, de vibrato-puls en zanger-formanten, zijn tot nu toe niet te vinden op bladmuziek. Maar juist zij hebben een grote invloed op de klankkwaliteit en de onderliggende strottenhoofdfunctie.

  • wordt vervolgd

LISTEN & SILENT
are spelled with the same letters